Wat betekent het Hoofdlijnenakkoord voor vastgoedondernemers?

In het Hoofdlijnenakkoord 2024 – 2028 van PVV, VVD, NSC en BBB wordt het woord ‘vastgoed’ geen enkele keer gebruikt. Hetzelfde geldt voor ‘ontwikkelaar’ en ‘belegger’. Wel wordt door de partijen veel belang gehecht aan een gezonde economie, florerende bedrijven en ondernemers. Het roept de vraag op: welk regeringsbeleid kunnen we de komende jaren verwachten voor de vastgoedsector? En wat betekent dit voor vastgoedondernemers?

 

Allereerst: wat houdt het Hoofdlijnenakkoord in?


Het nieuwe kabinet gaat werk maken van een regeerprogramma op basis van dit Hoofdlijnenakkoord. In het document van 26 pagina’s zijn tien hoofdpunten geformuleerd, die door het kabinet verder moeten worden uitgewerkt. Hieronder vallen bijvoorbeeld bestaanszekerheid en koopkracht, grip op asiel en migratie, en wonen en volkshuisvesting.

Wat schrijven de coalitiepartijen over vastgoed?


Het woord ‘vastgoed’ wordt in het akkoord geen enkele keer benoemd, net als ‘onroerend goed’. Er wordt maar één keer gebruik gemaakt van het woord ‘verhuurders’, namelijk over het huurbeleid van sociale verhuurders. Particuliere verhuurders worden nergens letterlijk genoemd.

De partijen richten zich in het document vooral op het terugdringen van het woningtekort. Dit wordt beschreven als ‘een topprioriteit’. Daarom worden er onder andere geen extra, nationale duurzaamheidsregels voor bouwen opgelegd. Er komt een coördinerend minister, die regie voert op de ruimtelijke ordening en op waar er hoeveel woningen gebouwd moeten worden. Er wordt zo snel mogelijk een Woontop georganiseerd waarbij rijksoverheid, pensioenfondsen, woningcorporaties, sociale partners, gemeenten en provincies afdwingbare afspraken maken om woningbouw structureel te verhogen. De afspraak is om structureel 100.000 woningen per jaar te bouwen.

Hoe willen de partijen de woningbouw versnellen?


Ze willen letterlijk en figuurlijk meer ruimte geven aan partijen die woningen realiseren, door allereerst meer grond beschikbaar te stellen. Dit wordt beschreven als ‘een straatje erbij’, zowel binnen als buiten de stad. Er worden nieuwe gebieden voor grootschalige woningbouw aangewezen, bij voorkeur rond bestaande infrastructuur. Ook willen de partijen een aantal bestuurlijke veranderingen doorvoeren. Er moet meer beschikbare en betaalbare bouwgrond, lagere kosten en meer autonomie voor medeoverheden komen. Procedures moeten versneld worden door beroepsmogelijkheden te beperken en andere struikelblokken weg te nemen.

Ook de bestaande voorraad moet beter benut worden door herbestemming van bestaande gebouwen te verruimen en waar wenselijk juridisch te verankeren. Het gaat dan om herbestemming van kantoor- en bedrijfspanden, optopping en/of splitsing van woningen, ‘familie-wonen’, woningdelen en gedogen dat recreatiewoningen permanent bewoond mogen worden.

Hoe willen de partijen wonen betaalbaar(der) maken?


Van alle nieuwbouw moet minimaal 30% gemiddeld sociale huur zijn. Twee derde van de nieuw te bouwen woningen moet betaalbaar zijn voor middeninkomens. De jaarlijkse sociale huurontwikkeling volgt tot 2026 de bestaande afspraak met de woningbouwcorporaties, namelijk de CAO-ontwikkeling -0,5%. Vanaf 2026 wordt de consumentenprijsindex (cpi) +0% gevolgd. Verder worden er maatregelen genomen om private huur, middenhuur en vrije huur aantrekkelijker te maken, maar er wordt nog weinig weggeven over wat deze in kunnen houden. Het gaat in elk geval om het verminderen van de regeldruk en waar mogelijk de belastingdruk.

Wat betekent het akkoord voor vastgoedondernemers?


Veel van het huidige vastgoedbeleid lijkt te worden doorgezet, ook op het gebied van verduurzaming, maar er staan nog een aantal belangrijke vragen open. Het gaat dan bijvoorbeeld om (het eventueel verlagen) van de overdrachtsbelasting en over de Wet betaalbare huur die nog door de Eerste Kamer wordt behandeld.

Zeker is in elk geval dat er extra aandacht is voor het stimuleren van de huurmarkt. Het verminderen van regel- en belastingdruk zou positief zijn voor vastgoedbedrijven, maar specifieke aandacht voor particuliere verhuurders ontbreekt nog in het Hoofdlijnenakkoord. Particuliere verhuurders, voornamelijk kleine ondernemers, beheren meer dan een miljoen woningen. Zij zijn, op de corporatiesector na, de grootste huisvester in Nederland. Voor hen zal meer duidelijkheid moeten komen in het regeerprogramma, dat wordt uitgewerkt door het nieuwe kabinet. Alle ministers en staatssecretarissen worden naar verwachting eind juni gepresenteerd. Hierna zullen er meer antwoorden komen.

Wilt u advies over uw vastgoedportefeuille? Of wilt u een combinatie tussen de Quick Scan of de Uitgebreide Portefeuille Analyse? 

Neem gerust contact met ons op

RECENTE BLOG ITEMS

Wat betekent het Hoofdlijnenakkoord voor vastgoedondernemers?

Het Hoofdlijnenakkoord 2024 – 2028 van PVV, VVD, NSC en BBB noemt 'vastgoed' niet, maar benadrukt een

Wet betaalbare huur: alles wat u moet weten als verhuurder

Wat verandert er voor u als huurder als wetsvoorstel betaalbare huur wordt goedgekeurd door eerste en tweede

Gemeentelijke belastingen omhoog, wat betekent dat voor jou?

Wat betekenen de forse stijgingen van gemeentelijke belastingen voor jou, als eigenaar of huurder van een woning